woensdag 12 maart 2008

Terug naar "Internationaal recht"








Actieprogramma voor de verwezenlijking van de Palestijnse rechten




A. Verklaring van Genève over Palestina






In toepassing van de resoluties 36/120 C van 10 december 1981, ES-7/7 van 19 augustus 1982 en 37/86 C van 10 december 1982 van de Algemene Vergadering, werd van 29 augustus tot 7 september 1983 op het Bureau van de Verenigde Naties te Genève een Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie gehouden om effectieve middelen te zoeken teneinde het Palestijnse volk n staat te stellen zijn onvervreemdbare rechten te verwezenlijken en uit te oefenen. De Conferentie werd geopend door de Secretaris-generaal van de Verengde naties, Javier Pèrez de Cuéllar en voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van Senegal, Moustapha Niassé.

1. De Conferentie, de Palestijnse kwestie in al haar aspecten grondig onderzocht te hebben, drukt de ernstige bezorgdheid uit van alle naties en volkeren met betrekking tot de internationale spanning die sedert meerdere decennia in het Midden-Oosten voortduurt en waarvan de voornaamste oorzaak ligt in de weigering van Israël, en van degenen die zijn expansionistische politiek steunen, de onvervreemdbare, legitieme rechten van het Palestijnse volk te erkennen. De Conferentie herbevestigt en beklemtoont dat een rechtvaardige oplossing van de Palestijnse kwestie, de kern van het probleem, het cruciaal element is van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame politieke regeling in het Midden-Oosten.

2. De Conferentie erkent dat het Palestijnse vraagstuk, dat de Verenigde Naties geërfd hebben bij hun oprichting en dat één van de meest delicate en complexe problemen van onze tijd is, een alomvattende, rechtvaardige en duurzame politieke regeling vereist. Deze regeling moet gebaseerd zijn op de uitvoering van de relevante resoluties van de Verenigde Naties betreffende de Palestijnse kwestie, op de uitoefening door het Palestijnse volk van zijn onvervreemdbare, legitieme rechten, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking en het recht om zijn eigen onafhankelijke staat in Palestina te vestigen, en zou eveneens moeten gebaseerd zijn op de instelling door de Veiligheidsraad van waarborgen voor vrede en veiligheid tussen alle staten in het gebied, de onafhankelijke Palestijnse staat inbegrepen, binnen veilige en internationaal erkende grenzen. De Conferentie is ervan overtuigd dat de verwezenlijking van de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk, zoals zij werden gedefinieerd door resolutie 3236 (XXIX) van de Algemene vergadering van 22 november 1974, in belangrijke mate zal bijdragen tot de vestiging van vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten.

3. De Conferentie is van mening dat de Verenigde Naties een essentiële en primordiale rol te spelen hebben bij de vestiging van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten. Zij onderstreept de noodzaak van het Handvest van de Verenigde Naties en de resoluties van de Verenigde naties betreffende de Palestijnse kwestie te eerbiedigen en toe te passen en de beginselen van het internationaal recht na te komen.

4. De Conferentie is van oordeel dat de verschillende voorstellen, conform de beginselen van het internationaal recht, die aangaande deze kwestie werden naar voren gebracht, zoals het Arabisch vredesplan dat eenparig werd aangenomen op de twaalfde Arabische Topconferentie, gehouden te Fez, Marokko, in september 1982, als richtlijnen zouden moeten dienen voor een gezamenlijke internationale actie om het Palestijnse vraagstuk op te lossen. Deze rechtlijnen bevatten de volgende elementen:

a) De verwezenlijking van de legitieme, onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk, met inbegrip van het recht op terugkeer, het recht op zelfbeschikking en het recht om zijn eigen onafhankelijke staat in Palestina te vestigen;

b) Het recht van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, om op voet van gelijkheid met de andere partijen deel te nemen aan alle inspanningen, besprekingen en conferenties over het Midden-Oosten;

c) De noodzaak een eind te maken aan de Israëlische bezetting van de Arabische gebieden, overeenkomstig het beginsel van de ontoelaatbaarheid van het verwerven van grondgebied met geweld en, bijgevolg, de noodzaak de Israëlische terugtrekking uit alle sedert 1967 bezette gebieden, Jeruzalem inbegrepen, te verzekeren;

d) De noodzaak elke Israëlische politiek en praktijk in de bezette gebieden, Jeruzalem inbegrepen, en elke door Israël gecreëerde de facto situatie, die in strijd zijn met het internationaal recht en met de desbetreffende resoluties van de Verenigde Naties, inzonderheid de vestiging, te weerstaan en te verwerpen, aangezien deze politieken en praktijken belangrijke hinderpalen vormen voor de vestiging van vrede in het Midden-Oosten;

e) De noodzaak opnieuw te bevestigen dat alle door Israël, de bezettende mogendheid, genomen wetgevende en administratieve maatregelen, die het karakter en het statuut van de Heilige Stad Jeruzalem hebben gewijzigd of beoogden te wijzigen, met inbegrip van de onteigening van gronden en van de goederen op deze gronden, en in 't bijzonder de zogenaamde "Basiswet" met betrekking tot Jeruzalem en de uitroeping van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, van nul en gener waarde zijn;

f) Het recht van alle staten in het gebied om te bestaan binnen veilige en internationaal erkende grenzen, met gerechtigheid en veiligheid voor allen, wat als conditio sine qua non de erkenning en de verwezenlijking van de legitieme, onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk vooronderstelt, zoals bepaald in paragraaf a) hierboven.

5. Teneinde deze richtlijnen uit te voeren, is de Conferentie van oordeel dat het van wezenlijk belang is een internationale vredesconferentie over het Midden-Oosten samen te roepen, op basis van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en van de relevante resoluties van de Verenigde Naties, met het doel te komen tot een alomvattende, rechtvaardige en duurzame regeling van het Arabisch-Israëlisch conflict; een regeling waarvan een essentieel element de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat in Palestina zou zijn. Deze vredesconferentie zou moeten worden samengeroepen, onder de auspiciën van de Verenigde Naties, met deelneming, op voet van gelijkheid, van alle partijen bij het Arabisch-Israëlisch conflict, met inbegrip van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, evenals van de Verenigde Staten van Amerika, de Unie van de Socialistische Sovjetrepublieken en de andere betrokken staten. In dit verband heeft de Veiligheidsraad in de eerst plaats de verantwoordelijkheid passende institutionele mechanismen te creëren op basis van de pertinente resoluties van de Verenigde Naties, teneinde de akkoorden van de Internationale vredesconferentie te waarborgen en uit te voeren.

6. De internationale conferentie over de Palestijnse kwestie onderstreept het belang van de tijdfactor bij de verwezenlijking van een rechtvaardige oplossing van heet Palestijnse probleem. De Conferentie is ervan overtuigd dat deeloplossingen ontoereikend zijn en dat uitstel bij het zoeken naar een alomvattende oplossing de spanningen in het gebied niet wegneemt.



B. Actieprogramma voor de verwezenlijking van de Palestijnse rechten






De Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie is overeengekomen dat geen enkele inspanning mag worden gespaard om effectieve middelen te vinden teneinde het Palestijnse volk in staat te stellen zijn rechten in Palestina te verwerven en uit te oefenen overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens a/ en de beginselen van het internationaal recht. De Conferentie, de Verklaring van Genève over Palestina (zie punt A hierboven) in beschouwing nemend, beveelt het hiernavolgende Actieprogramma aan:

I

De Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie beveelt aan dat alle staten, individueel of collectief, overeenkomstig hun respectieve grondwetten en hun verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties en overeenkomstig de beginselen van het internationaal recht:

1. Het grote belang erkennen van de tijdfactor bij het zoeken naar een oplossing van de Palestijnse kwestie;

2. Hun inspanningen verhogen met het oog op de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat in het kader van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame regeling van het Arabisch-Israëlische conflict, overeenkomstig het Handvest en de relevante resoluties van de Verenigde naties en de richtlijnen van de Verklaring van Genève over Palestina;

3. De voortdurende aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen, beschouwen als een factor die de instabiliteit in het gebied doet toenemen en de internationale vrede en veiligheid in gevaar brengt;

4. De expansionistische politiek, gevoerd door Israël in de sedert 1967 bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen, bestrijden en verwerpen, als een ernstige en permanente hinderpaal voor de vrede, en in 't bijzonder de wijziging van de geografische aard en de demografische samenstelling van deze gebieden en de Israëlische poging om door nationale wetten het juridisch statuut van deze gebieden te wijzigen, evenals alle maatregelen genomen in schending van de Conventie van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen b/ en de Conventie van Genève betreffende de bescherming van de burgerbevolking in oorlogstijd c/, beide van 12 augustus 1949, en van de Conventie van Den Haag van 1907 d/, zoals de vestiging en uitbreiding van nederzettingen, het overbrengen van Israëlische burgers naar deze gebieden en het individueel of massaal overbrengen van de Arabisch Palestijnse bevolking naar andere gebieden;

5. Afzien van het verstrekken van bijstand aan Israël die van aard is om het militair, economisch en financieel aan te moedigen tot het voortzetten van zijn agressie, bezetting en miskenning van zijn verplichtingen krachtens het Handvest en de relevante resoluties van de Verenigde Naties;

6. De migratie naar de bezette Arabische gebieden niet aanmoedigen zolang Israël zijn illegale politiek van het vestigen van nederzettingen in de sedert 1967 bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden niet definitief heeft stopgezet;

7. De relevante resoluties van de Verenigde Naties en van hun gespecialiseerde organisaties met betrekking tot de Heilige Stad Jeruzalem volledig respecteren, met inbegrip van deze die de Israëlische annexatie van Jeruzalem en de uitroeping van deze stad als hoofdstad van Israël verwerpen;

8. Een universele actie ondernemen om de Heilige plaatsen te beschermen en er bij Israël op aandringen maatregelen te nemen om hun profanatie te voorkomen;

9. Middelen bestuderen om het hoofd te bieden aan de bedreiging die Israël vormt voor de regionale veiligheid in Afrika, doordat het geen rekening houdt met de resoluties van de Verenigde Naties en op economisch, militair en nucleair vlak nauw samenwerkt met het apartheidsregime, waardoor het bijdraagt tot de voortdurende illegale bezetting van Namibië en de repressieve en agressieve capaciteit van dit regime opvoert;

10. Door bilaterale en multilaterale contacten alle staten, met inbegrip van de staten van West-Europa en Noord-Amerika die het niet gedaan hebben, aanmoedigen om gunstig te reageren op alle vredesinitiatieven, gebaseerd op de erkenning van de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk, initiatieven die ook werden verwelkomd door Voorzitter Yasser Arafat in zijn toespraak tot de Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie;

11. Middelen zoeken en ontwikkelen om het Palestijnse volk in staat te stellen de soevereiniteit over zijn nationale rijkdommen uit te oefenen;

12. Hun bezorgdheid uitdrukken over het feit dat Israël de Palestijnen uitsluit van elke economische activiteit en hen elke toegang ontzegt tot de nationale rijkdommen op Palestijns grondgebied, wat een voortdurende schending inhoudt van de resoluties van de Algemene Vergadering betreffende het recht van de Palestijnen op permanente soevereiniteit over hun nationale rijkdommen;

13. De maatregelen en praktijken, toegepast door Israël in de bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen, zoals de annexatie en de onteigening van gronden, watervoorraden en bezittingen en de wijziging van de demografische, geografische, historische en culturele kenmerken van deze gebieden, verwerpen en van nul en gener waarde verklaren;

14. Maatregelen treffen om de economische en sociale lasten, gedragen door het Palestijnse volk ten gevolge van de voortdurende Israëlische bezetting van zijn gebieden sedert 1967, te verlichten;

15. Overwegen speciale bijdragen of verhoogde speciale bijdragen te doen aan de voorgestelde budgetten, programma's en projecten van de relevante organen, fondsen en instellingen van het systeem van de Verenigde Naties, waaraan werd gevraagd humanitaire, economische en sociale bijstand te verlenen aan het Palestijnse volk, inzonderheid rekening houdend met:

a) De resolutie 33/147 van de Algemene Vergadering van 20 december 1978, en de oproep van de Beheerraad van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties op zijn dertigste zitting om bijkomende speciale bijdragen te storten voor een bedrag van ten minst 8 miljoen dollar voor de derde programmacyclus (1982-1986), teneinde het te helpen om aan de economische en sociale behoeften van het Palestijnse volk te voldoen e/;

b) Het hoofdstuk van het voorgestelde programmabudget van de Conferentie over handel en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCTAD) voor de jaren 1984/1985 dat betrekking heeft op de oprichting in UNCTAD van een speciale economische eenheid f/, zoals werd gevraagd door deze conferentie op haar zesde zitting te Belgrado g/;

c) De oprichting van een speciaal fonds voor rechtsbijstand teneinde de Palestijnen te helpen om hun rechten te doen naleven onder de bezetting h/, overeenkomstig de Conventie van Genève betreffende de bescherming van de burgerbevolking in oorlogstijd;

16. Erover waken dat het Orgaan van de Verenigde Naties voor Hulp- en Werkverschaffing aan Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) aan de essentiële behoeften van de Palestijnen kan voldoen, zonder de efficiëntie van zijn diensten te onderbreken of op enigerlei wijze te verminderen;

17. De situatie van de Palestijnse vrouwen in de door Israël bezette gebieden bestuderen, rekening houdend met de speciale moeilijkheden waarmee zij geconfronteerd worden, en het voorbereidingscomité van de Internationale conferentie, belast met het onderzoek en de evaluatie van de resultaten van het VN-Decennium voor de vrouw, die zal plaats hebben te Nairobi in 1985, dringend verzoeken deze kwestie op de agenda van de Conferentie te plaatsen;

18. Hun economische, culturele, technische en andere relaties met Israël en de akkoorden die deze relaties beheersen, overeenkomstig hun nationale wetgeving, herzien - indien zij dit nog niet hebben gedaan - teneinde er zich van te verzekeren dat deze relaties en akkoorden niet zullen worden geïnterpreteerd of opgevat als zij op de een of andere manier de erkenning inhouden van enige wijziging van het juridisch statuut van Jeruzalem en van de sedert 1967 door Israël bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden of de aanvaarding van de illegale aanwezigheid van Israël in deze gebieden;

19. Erkennen dat het proces dat erin bestaat het Palestijnse volk in staat te stellen zijn onvervreemdbare rechten in Palestina uit te oefenen een belangrijke bijdrage betekent tot het herstel van de legaliteit in de internationale relaties;

20. De naleving verzekeren van de bepalingen, vastgelegd in de resolutie 181 (II) van de Algemene Vergadering, die aan alle personen, zonder onderscheid, gelijke rechten waarborgen inzake burgerlijke, politieke, economische en religieuze aangelegenheden, evenals het genot van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting, van drukpers, van onderwijs, van vereniging en vergadering;

21. Hun bezorgdheid uitdrukken over het feit dat in de bezette Arabische gebieden van kracht zijnde wetten volledig werden vervangen door een groot aantal militaire verordeningen, die ten doel hebben een nieuw "juridisch regime" te vestigen, in schending van de Conventie van Den Haag van 1907 en van de Conventie van Genève betreffende de bescherming van de burgerbevolking in oorlogstijd;

22. Handelen overeenkomstig hun verplichtingen krachtens geldende internationaal recht, inzonderheid met betrekking tot de Conventie van Genève van 1949 die bepalen dat de verdragsstaten gehouden zijn deze conventies in alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen, en er in 't bijzonder over waken dat Israël de Conventies van Genève van 1949 in de bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden respecteert;

23. Hun bezorgdheid uitdrukken over het feit dat de Palestijnen en andere Arabieren in de bezette gebieden juridische en andere vormen van bescherming worden ontzegd, dat zij het slachtoffer zijn van een repressieve wetgeving, die massale arrestaties, folteringen, het vernielen van woningen en het verdrijven van mensen uit hun huizen ten gevolge heeft, allemaal daden die een flagrante schending vormen van de rechten van de mens;


II

De Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie beklemtoont de verplichting van alle lidstaten, krachtens het Handvest, de Verenigde Naties in staat te stellen zich te kwijten van hun verantwoordelijkheid een oplossing te vinden voor de Palestijnse kwestie door uitgebreider en efficiënter tussen te komen. Hiertoe:

A

Verzoeken de staten die deelnemen aan de Conferentie de Veiligheidsraad, als het orgaan dat de belangrijkst verantwoordelijkheid draagt voor het behoud van de internationale vrede en veiligheid:

1. De herhaalde en steeds talrijker wordende daden van agressie en andere inbreuken op de vrede in het Midden-Oosten, die de vrede en de veiligheid in het gebied en in de ganse wereld in gevaar brengen, te doen ophouden;

2. Spoedig vastberaden en effectieve stappen te ondernemen om een onafhankelijke soevereine Palestijnse staat in Palestina te vestigen door de relevante resoluties van de Verenigde Naties toe te passen, door de organisatie te vergemakkelijken van de internationale vredesconferentie over het Midden-Oosten, gevraagd in paragraaf 5 van de Verklaring van Genève over Palestina, en door in deze context de passende institutionele mechanismen te creëren op basis van de relevante resoluties van de Verenigde Naties, teneinde de akkoorden van de internationale vredesconferentie te waarborgen en uit te voeren, inzonderheid op de volgende wijze:

a) Door maatregelen te nemen overeenkomstig het beginsel van de ontoelaatbaarheid van het verwerven van grondgebied met geweld om te bekomen dat Israël zich volgens een nauwgezet tijdschema, terugtrekt uit de sedert 1967 bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen;

b) Door effectieve maatregelen te treffen om de veiligheid, de juridische rechten evenals de fundamentele mensenrechten van de Palestijnen in de bezette gebieden te waarborgen, in afwachting van de terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit de sedert 1967 door Israël bezette Palestijnse en andere Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen;

c) Door deze gebieden, na de terugtrekking van Israël, tijdens een korte overgangsperiode onder het toezicht te plaatsen van de Verenigde Naties; periode tijdens dewelke het Palestijnse volk zijn recht op zelfbeschikking zou uitoefenen;

d) Door de toepassing te vergemakkelijken van het recht van de Palestijnen om naar hun huizen en bezittingen terug te keren;

e) Door toezicht uit te oefenen op de verkiezingen van de constituerende vergadering van de onafhankelijke Palestijnse staat, waaraan alle Palestijnen, in de uitoefening van hun recht op zelfbeschikking, zullen deelnemen;

f) Door, indien nodig, tijdelijk strijdkrachten ter handhaving van de vrede ter beschikking te stellen, teneinde de uitvoering van de paragrafen, a) tot e) hierboven te vergemakkelijken;

B

Intussen wordt de Veiligheidsraad eveneens uitgenodigd om:

1. Dringend maatregelen te nemen om onmiddellijk en volledig een eind te maken aan deze Israëlische politieken in de bezette gebieden, en in 't bijzonder aan de vestiging van nederzettingen, waarover de Veiligheidsraad heeft geoordeeld dat zij geen rechtgeldigheid bezitten en een ernstige hinderpaal vormen voor de vestiging van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten;

2. Dringend de rapporten te onderzoeken van de Commissie, opgericht krachtens zijn resolutie 446 van 22 maart 1979, die de situatie bestudeerde betreffende de nederzettingen in de sedert 1967 bezette Arabische gebieden, Jeruzalem inbegrepen, en deze Commissie te reactiveren;

3. Een actie te ondernemen om een eind te maken aan de Israëlische exploitatiepolitiek die de eigen economische ontwikkeling van de bezette gebieden tegenwerkt, en Israël te verplichten de beperkingen die het oplegt aan de Palestijnse landbouwers met betrekking tot het watergebruik en het boren van putten op te heffen en op te houden met het afleiden van de watervoorraden van de Westelijke Jordaanoever naar het Israëlisch waterleidingnet;

4. Voortdurend acht te slaan op de daden door Israël tegen het Palestijnse volk gepleegd, in schending van de bepalingen van de pertinente resoluties van de Algemene Vergadering, in 't bijzonder resolutie 181 (II) van 29 november 1947, die aan alle personen, zonder onderscheid, gelijke rechten en vrijheden waarborgt;

5. Ingeval Israël volhardt in zijn weigering om de relevante resoluties van de Verenigde Naties - die de wil van de internationale gemeenschap belichamen - te respecteren, passende maatregelen, overeenkomstig het handvest van de Verenigde Naties, in overweging te nemen, teneinde te verzekeren dat Israël deze resoluties naleeft.

C

D

De verspreiding over de hele wereld van juiste en gedetailleerde informatie en de rol van de niet-gouvernementele organisaties en instellingen blijven van vitaal belang om het bewustzijn van en de steun voor de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk op zelfbeschikking en op de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat te verhogen. Hiertoe:

1. Zou het Departement voor Publieke Informatie van de Verenigde naties, in nauwe samenwerking en voortdurende overleg met het Comité voor de uitoefening van de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk:


2. Zouden de relevante organisaties van het systeem van de Verenigde Naties vergaderingen, symposia en seminaries moeten organiseren over aangelegenheden die passen in het kader van hun respectieve mandaten en die betrekking hebben op de specifieke problemen van het Palestijnse volk, door de banden met de niet-gouvernementele organisaties, de media en de andere groepen die zich interesseren voor de Palestijnse kwestie, nauwer toe te halen.

III

De Internationale conferentie over de Palestijnse kwestie, overtuigd van de belangrijke rol van de publieke wereldopinie bij de regeling van de Palestijnse kwestie en bij de uitvoering van de Verklaring en het Actieprogramma, verzoekt met aandrang en stimuleert:

1. De intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties de internationale gemeenschap meer bewust te maken van de economische en sociale lasten die de voortdurende Israëlische bezetting doet wegen op het Palestijnse volk en van haar negatieve gevolgen voor de economische ontwikkeling van de gehele Westaziatische regio;

2. De niet-gouvernementele organisaties en de professionele en maatschappelijke verenigingen om met verdubbelde kracht en met alle mogelijke middelen de rechten van het Palestijnse volk te steunen;

3. De organisaties, zoals deze van vrouwen, van onderwijzers, van arbeiders, van jongeren en van studenten, uitwisselings- en andere gemeenschappelijke actieprogramma's tot stand te brengen met hun Palestijnse tegenhangers;

4. De vrouwenverenigingen, in 't bijzonder, de situatie te onderzoeken van de Palestijnse vrouwen en kinderen in alle bezette gebieden;

5. De media en andere instellingen relevante informatie te verspreiden om het publiek bewustzijn en begrip van de Palestijnse kwestie te verruimen;

6. De instellingen van hoger onderwijs de studie bevorderen van de Palestijnse kwestie in al haar aspecten;

7. De verschillende juristenverenigingen speciale onderzoekscommissies op te richten om schendingen door Israël van de rechten van de Palestijnen vast te stellen en hun bevindingen bekend te maken;

8. De juristen met hun Palestijnse ambtgenoten raadplegingen, research en onderzoeken te beginnen over de juridische aspecten van de problemen betreffende de strijd, gevoerd in zuidelijk Afrika en in Palestina, in 't bijzonder over de hechtenis van politieke gevangenen en de weigering het statuut van krijgsgevangene toe te kennen aan de gedetineerden die lid zijn van de nationale bevrijdingsbewegingen van zuidelijk Afrika en Palestina;

9. De parlementairen, politieke partijen, vakbonden, solidariteitsorganisaties en intellectuelen, in 't bijzonder in West-Europa en Noord-Amerika, samen te werken met hun tegenhangers in andere delen van de wereld om, overal waar dit nog niet is gebeurd, hun steun te verlenen aan een initiatief dat de wens uitdrukt van de internationale gemeenschap het Palestijns volk eindelijk te zien leven in zijn eigen onafhankelijke vaderland, in vrede, vrijheid en waardigheid.

Uit: Oorsprong en evolutie van het Palestijns probleem, Verenigde naties, New York, 1978-1984, p.245-256

De vertaling en de afdruk van dit dokument zijn vervaardigd door de Permanente Missie van de Liga van de Arabische Staten te Brussel.


maandag 10 maart 2008

Israël en de Kerk





In het onderstaande artikel leest u de reactie van het Bestuur Christenen voor Israël op het eerder geplaatste "Viva Palestina! Blog"-onderwerp over de nota over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).


Reactie op PKN-nota

geschreven door Bestuur Christenen voor Israël, 15 januari 2008



De dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) presenteerde eind vorig jaar een
nota over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict als bijdrage tot de meningsvorming binnen de PKN in Nederland. Een afvaardiging van stichting Christenen voor Israël nam afgelopen week deel aan een hoorzitting van het moderamen van de synode waarin de reactie van het bestuur van Christenen voor Israël op de PKN-nota werd besproken. Hierin roept Christenen voor Israël de kerk op een op de Bijbel gefundeerd beleid ten opzichte van Israël te voeren.

Wij willen u, indien u lid bent van de PKN, oproepen om ook zelf te reageren op de inhoud van de nota en uw kerk aan te sporen om wat betreft Israël te luisteren naar Gods beloften aan Zijn volk. Een breed gedragen geluid moet worden gehoord.

Reactie op de PKN-nota over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict (Christenen voor Israël)

Waardering

Allereerst willen wij uitspreken dat we waardering hebben voor veel wat wij in het rapport lezen. Met vreugde hebben we hoofdstuk drie gelezen, waarin onder andere de theologische hoofdlijnen geschetst worden die in het verleden in de verenigde kerken geformuleerd zijn. De kerk in Nederland heeft zich wat Israël betreft ferm en duidelijk uitgesproken en is daarin een voorloper en stimulans geweest voor vele kerken in andere landen.We waarderen een aantal punten die al in de beleidsnotitie van 2003 genoemd worden en in de huidige nota worden gehandhaafd: De erkenning van het mede schuldig staan aan de Shoah. Het afwijzen van elke vorm van vervangingstheologie. Het afwijzen van elke vorm van antisemitisme. De erkenning van de noodzaak steeds weer het gesprek met Israël te zoeken en de erkenning dat het niet aan de kerk is te beoordelen wie tot het volk Israël behoort.Veel van wat geschreven is in hoofdstuk 4.3 over de bijbelse en historische verbondenheid van volk en land heeft onze hartelijke instemming. Er worden prachtige en theologisch sterke dingen gezegd zoals: “De Eeuwige roept geen geloofsgemeenschap maar een stamverband, een volk (…) Gaande weg wordt in de vijf boeken van de Thora duidelijk dat in de opdracht tot heiliging ook het land opgenomen is.”


Teleurstelling

Onze teleurstelling is dan ook groot als die duidelijke bijbelse hoofdlijnen even later niet meegenomen worden en niet praktisch worden vertaald in een duidelijk standpunt dat opkomt uit het lezen van de Schrift. In feite onderscheidt de kerk zich op deze manier niet van het spreken van de wereld buiten haar. Het lijkt wel of het zicht op de beloften van God en het profetische woord vastloopt en plaats maakt voor de bewering dat Israël als staat gedragen wordt door het internationale volkenrecht. Wij menen dat dit een gevaarlijk standpunt is. Wat is de aard en wat zijn de grondslagen van het internationale recht? De volkerenwereld wordt immers niet gevoed door het Woord van God. Zij heeft andere belangen en interessen waarmee zij de situatie in Israël tegemoet treedt. Geestelijk gezien moeten wij zeggen dat de volkerenwereld in de Bijbel in eerste instantie tegenstander en hinderaar is van Gods plannen met Israël en de wereld en niet deze plannen bevorderd. We noemen Psalm 2 en Zacharia 12 als sprekende voorbeelden. Kan een wereld die van God vervreemd is de hoeder van Israël zijn?


Het geheim van Israël

Door de staat Israël allereerst te beschouwen als een nationale entiteit, die ook zo benaderd moet worden, beroven wij Israël van haar geheim: Dat zij ontstaan is, gedragen wordt en toekomst heeft bij de gratie van de trouw van God en de vervulling van Zijn Woord. Op deze wijze vervalt de kerk in dezelfde fout die in de bijbelse geschiedenis van Israël op zoveel kritiek stuit van de profeten.Weliswaar spreekt het rapport over de opdracht van de kerk om zich kritisch en profetisch uit te spreken jegens de overheid en daar zijn we blij mee. De overheid van Romeinen 13 kan immers ook werktuig van de Satan worden en ontaarden in de overheid van Openbaring 13. Het is opmerkelijk dat de eerste internationaal-rechtelijke beslissingen ten aanzien van Israël, de Balfourverklaring in 1917, christenzionistisch geïnspireerd waren en latere duidelijk anti-Joods. Er is zelfs gesproken over zionisme als racisme.Maar zij laat vervolgens dat profetisch-kritisch spreken achterwegen. In tegendeel, bijna emotioneel verlaat de nota de rust en waardigheid van haar spreken om vervolgens op een beschamende wijze een karikatuur neer te zetten van Joden en christenen die het land vanuit hun ‘extreme religie’ zouden claimen. Zij en wij claimen helemaal niets! De Bijbel is het die spreekt over het land als een eeuwige bezitting voor het Joodse volk en nergens in de Heilige Schrift is sprake van een gewenste opdeling van het Beloofde Land. Er wordt zelfs over geoordeeld.


We hebben te maken met heilsgeschiedenis

Wat wij missen is de aandacht en ook de waardering voor de sterke religieus-zionistische component in de Israëlische samenleving. Deze is het immers die het Joodse volk niet alleen als een natie typeert, maar de nadruk legt op het wezen van Israël, dat het namelijk door God verkoren is en door Zijn beloften en trouw gedragen wordt. Het is ook deze component in de Israëlische samenleving die terugkeer van het Joodse volk naar het Beloofde Land ziet als een vervulling van Gods beloften en die beschouwt als een stap in de heilsgeschiedenis die leiden zal tot de uiteindelijke verlossing van Israël en de wereld door de komst van de Messias.De Joden die de bijbelse gebieden van Judea en Samaria bewonen – wij denken dat het juister is deze namen te gebruiken dan te spreken van de Westelijke Jordaanoever of Westbank – doen dat uit een diepe geloofsverbondenheid met dit deel van het land dat historisch maar ook profetisch zo’n belangrijke plaats inneemt. Hier liggen plaatsen als Silo, Bethel en Hebron. Hier woonden de aartsvaders, hier spraken profeten als Elia en Elisa en het is juist hier dat de Schriften zeggen dat de Messias zijn volk zal weiden. Het zou de kerk sieren als zij in deze tijd het herbewonen van deze gebieden zou steunen en haar inwoners zou bemoedigen. Terzijde zij opgemerkt dat er al eeuwen een Joodse aanwezigheid geweest is. We denken alleen al aan Hebron, waar in 1929 de Joden werden afgeslacht of verdreven in een van de beruchte progroms uit die jaren. Bovendien heeft Israël deze gebieden nooit in een aanvalsoorlog gezocht te veroveren, maar zijn ze Israël toegevallen toen de Arabische naties de Joodse staat aan alle kanten aanvielen met het doel het te vernietigen.


Welke vluchtelingen?

Wat wij ook missen is het noemen van de 800.000 Joodse vluchtelingen die in 1948 uit de Arabische wereld verdreven zijn met achterlating van al hun bezittingen. Het is onevenwichtig om in de nota alleen melding te maken van de Arabische vluchtelingen die Israël in 1948 ontvlucht zijn. Met nadruk ontkennen wij de bewering als zouden veel van deze vluchtelingen al generaties in het land gewoond hebben. Dat is onjuist. Israël was eeuwenlang een desolate uithoek van het Ottomaanse rijk, een gebied van moerassen en woestijnen, waar mensen eerder wegtrokken dan kwamen wonen. De komst van de Joodse pioniers trok veel Arabieren uit de regio aan die zich daar vestigden omdat de omstandigheden er vele malen beter waren dan in hun geboorteplaats. Een onderzoek van de Verenigde Naties (VN) laat zien dat voor de Tweede Wereldoorlog onder de Arabische bevolking van Palestina meer dan 23 talen gesproken werden en dat de definitie van vluchteling voor deze groep werd bijgesteld, aangezien velen nog maar zo kort in het land woonden dat zij officieel de status van vluchteling niet zouden kunnen ontvangen en zo geen aanspraak zouden kunnen maken op hulp van de instanties van de VN.


De Palestijnse mythe

Nimmer is er sprake geweest van een Palestijnse staat of onafhankelijkheid in de geschiedenis. Die is door niemand ook gezocht of begeerd. Na de Joodse verdrijving uit het land is het land gedurende eeuwen in handen geweest van Romeinen, Byzanthijnen, Mongolen, Mamelukken en Ottomanen. In 1948 was er slechts de afwijzing van een Joodse staat. Zelfs bij de oprichting van de PLO in 1964 gaat het in eerste instantie nog niet om het streven naar een eigen staat. De ontwikkeling van het Palestijnse nationalisme en het streven naar een eigen onafhankelijkheid is historisch gezien een novum en iets van de tweede helft van de twintigste eeuw. Het begrip Palestijn als aanduiding voor een Arabische identiteit is pas in de jaren ‘60 door Yasser Arafat geïntroduceerd en in zwang gekomen. Voorheen was het zelfs alleen een benaming voor de Joden die naar onafhankelijkheid streefden.


Onzorgvuldig en eenzijdig

De schets van de politieke-historische ontwikkeling in de nota is sowieso onzorgvuldig. Om een paar voorbeelden te noemen:- De Arabieren vielen de Joodse inwoners van Palestina al voor het uitroepen van de staat Israël aan. Zo vernietigden de Jordaniërs en Arabieren in 1947 de Joodse dorpen ten zuiden van Jeruzalem. In 1948 volgde een massale aanval vanuit alle landen uit de omgeving.- Op pagina 9 wordt gesproken over het ‘beheer’ van Egypte over de Gazastrook, terwijl in een vergelijkbare situatie het Israëlische beheer ‘bezetting’ wordt genoemd.- Het zou zorgvuldig geweest zijn om te noemen dat Israël in 1967 (pagina 9) in een ‘pre-emptive strike’ alleen Egypte aanviel en dat Jordanië daarna zelf Israël aanviel.-Er wordt gesproken over het niet uitvoeren van resolutie 242 van de VN. Dat is niet terecht. De hele Sinaï is teruggegeven aan Egypte. In die zin is er voldaan aan de tekst van de resolutie. Bovendien wordt hierin niet gesproken over terugtrekking van Israël uit ‘de’ veroverde gebieden, maar slechts van ‘gebieden’.- Op pagina 12: In de internationale verhoudingen is er geen ‘Palestijnse Nationale Autoriteit’. Deze term wordt alleen door de Palestijnse Autoriteit zelf gebruikt. Het lichaam dat gezag uitoefent over de Palestijnse gebieden heeft in de internationale verdragen ‘Palestinian Authority’ (Palestijnse Autoriteit). Er is geen ‘Nation of Palestine’.- Op pagina 10 wordt met betrekking tot de Tweede Libanonoorlog geen melding gemaakt van het lijden van het Joodse volk in Galilea onder de voortdurende raketaanvallen van Hezbollah op de bevolking.- Sprekend over de gebeurtenissen in Hebron (pagina 15) wordt gesuggereerd dat de terreur aan beide kanten evenredig is. Dat is zo naast de waarheid. Er zijn geen gevallen bekend van Joden die Arabische gezinnen uitmoorden, restaurants en bussen opblazen en baby’s uit de handen van hun moeders schieten. Dat zijn geen eenmalige incidenten, maar acties die door de PLO, Hamas en hun milities doelbewust zijn opgezet en voorbereid. Door op deze manier te schrijven maken de opstellers er bijna een soap van met aan beide zijden de ‘good guys’ en de onvermijdelijke ‘bad guys’.


De inhoud van gerechtigheid

In plaats van het profetisch woord en de eeuwige beloften van God, spreekt de nota graag over gerechtigheid. Dat zou het sleutelwoord zijn in de benadering van het conflict. Daar zouden beide partijen op aangesproken moeten worden en Israël vanuit de Thora. Dat klinkt goed, maar laten we het dan ook echt op de manier van de Thora doen. Dat wil zeggen: uitspreken dat er in de Bijbel geen sprake is van een eigen staat van de bijwoners in het land, maar dat van de bijwoners in het land gevraagd wordt de geboden van God te respecteren en Zijn Naam te eren en Israël te zegenen. Alleen in die context wordt gesproken over gerechtigheid. Door uit te gaan van de wenselijkheid van een nieuwe onafhankelijke moslimstaat binnen de grenzen van het Beloofde Land en vervolgens hiertoe het woord tzedaka (Hebreeuws voor gerechtigheid) op te voeren getuigt van een halfslachtig spreken dat zich niet onderscheidt door een bijbels inzicht in het begrip.


De islam

De bespreking van de rol van de islam in het conflict is te mager. Het rapport mist daarom de geweldige dreiging die uitgaat van de volken die Israël omringen en ook het werkelijke doel van de Palestijnse strijd. Wat de visie van Hamas is, is wel duidelijk, maar ook de Palestijnse Autoriteit weigert Israël te erkennen als volk. Zij typeert in haar handvest het Jodendom als een religie dat geen bijzondere aanspraak kan maken op welk gebied dan ook. Het feit dat het Joden en christenen niet is toegestaan om te bidden op het tempelplein en de voortdurende opgravingen op het plein om elk spoor van Joodse aanwezigheid uit te wissen spreken voor zich.Het is wishful thinking om te denken dat het bestaan van een eigen Palestijnse staat naast Israël vrede betekent. Dat is de eigen traditie van tolerantie inlezen in de islam. Veelmeer zou men moeten analyseren waarom de opgave van de Joodse bevolking in de Gazastrook niet tot verzoening heeft geleid, maar tot een onophoudelijk bombardement van de Joodse dorpen in de Negev. Men zou dan tot de conclusie gekomen zijn dat het Midden-Oosten Nederland niet is en dat in de Arabische wereld andere normen en waarden gelden dan hier. Men zou ook begrepen hebben dat Hamas, zoals gesteld wordt (pagina 11) niet alleen niet effectief tegen de raketaanvallen optreedt, maar ze zelf organiseert! In feite is het ‘Heilige’ land met Jeruzalem als centrum voor de islam helemaal niet zo heilig. Jeruzalem komt in de Koran niet voor. Er was tijdens het schrijven van de Koran helemaal geen heiligdom in Jeruzalem waaruit Mohammed ten hemel had kunnen varen en de verhalen van Hagar en Ismaël spelen zich voor het belangrijkste deel af in de omgeving van Mekka. Jeruzalem en het Heilige Land worden pas belangrijk als de Joden zich daar vestigen, wat als een inbreuk gezien wordt op de Arabische moslimsuprematie in het hele Midden-Oosten. Historisch feit is dat alleen onder Israëlisch bestuur Jeruzalem werkelijk voor alle godsdiensten toegankelijk blijkt.


Palestijnse christenen

In haar contacten met de Palestijnse christenen zou de kerk zich moeten realiseren dat de vervangingstheologie die veel oude kerken in het Midden-Oosten huldigen niet alleen een laakbaar punt in hun geloofsleer is, maar dat het zich ook praktisch vertaalt in het ontkennen van de aanspraken van het Joodse volk op het Beloofde land en een spiritualiseren of ontkennen van het Oude Testament. De bevrijdingstheologie van de Sabeelgroep is op dit punt nog meer af te wijzen, omdat zij aanstuurt op het opheffen van de Joodse staat op zich. Welke gronden heeft de kerk trouwens om te pleiten voor het recht van de Palestijnen’ – blijkbaar als ‘natie’ – op zelfbeschikking? Wij raden de PKN aan in het contacten met christenen in Israël oog te hebben voor die kerkelijke gemeenschappen die liefde voor Israël hebben en de waarheid van de Schrift onderkennen als zij zegt dat God Kanaän tot een eeuwige bezitting aan het Joodse volk geschonken heeft.Met nadruk wijzen wij op de verslechterde positie van de christenen. Dat heeft niets met de Israëlische aanwezigheid te maken. De emigratie van Arabische christenen is niet iets van de laatste jaren. Wij krijgen voortdurend berichten van repressie uit de zogenaamde Palestijnse gebieden. Juist daar waar de Palestijnse Autoriteit en Hamas domineren is repressie en grote onverdraagzaamheid van de Arabische bevolking die gevoed wordt door de islam. De situatie van christenen in Bethlehem en in heel Judea, Samaria en Gaza is schrijnend. Bedreigingen met de dood zijn aan de orde van de dag. In Gaza werd onlangs één van de christelijke leiders vermoord nadat de christelijke boekhandel die hij beheerde werd vernietigd. Anderen worden gedwongen moslim te worden. Dit alles betekent voor Christenen voor Israël niet dat zij de positie van de Arabische bevolking miskent. Wij vinden dat zij als minderheid in de staat Israël op een waardige wijze behandeld dient te worden. Feit is wel dat de bevolking van Gaza en de Westelije Jordaanoever gezegend is door de Israëlische aanwezigheid in de periode tot aan de Oslo-akkoorden en geleden heeft onder de Jordaanse en Egyptische bezetting. Pas na de komst van de PLO vanuit Tunis en het begin van de intifada’s met de daaruit voortkomende terreur is er een moeizame situatie ontstaan. Hiervoor brengt de Joodse overheid voor het eerst een infrastructuur aan in Samaria, Judea en Gaza. En zelfs nu, onder de aanhoudende terreur, zorgt Israël dat de bevolking van Gaza niet verstoken blijft van voedsel, medicamenten, water en elektriciteit.


Kerk in Actie

Diaconale hulp aan de zwaksten in het conflictgebied mag niet betekenen dat de kerk zich vooral wendt tot de Palestijnen. Om te besluiten daar vooral te helpen waar men zich zelf niet helpt of anderen te weinig helpen en vervolgens bij de Palestijnen uit te komen, gaat voorbij aan de enorme steun van de wereld aan de Palestijnen – men heeft per hoofd van de bevolking meer dan welke misdeelde groep in de wereld ooit ontvangen – en gaat ook voorbij aan het feit dat de rijke Arabische wereld geweigerd heeft deze geestverwanten te steunen en haar veelmeer heeft gebruikt als pion in het conflict met Israël. Het ontgaat ons waarom Kerk in Actie, vanuit de verbondenheid van de PKN met het Joodse volk, Israël niet ruimhartig steunt bij de bestrijding van de armoede, bij het integreren van de immigranten uit bijvoorbeeld Ethiopië en bij de opvang van slachtoffers van de Palestijnse terreur. Het is voor ons onbegrijpelijk dat de duidelijke verbondenheid met Israël niet leidt tot een duidelijke diaconale handreiking. Het blijft allemaal erg marginaal en het is duidelijk dat veel kerkleden voor hun steun aan Israël andere kanalen kiezen. Het is op zijn minst opmerkelijk dat een groot deel van de achterban van Christenen voor Israël bestaat uit PKN-leden.


Advies

Wat wij aan de PKN vragen is dat zij zich uitspreekt voor de ondeelbaarheid van het Beloofde Land, als het erfdeel dat God aan Israël geschonken heeft. En voorts dat zij zich verbindt met Arabische christenen die niet de vernietiging maar de zegening van Israël in hun hart dragen. Het is lofwaardig dat de kerk de vervangingstheologie afwijst, maar het zenden van een medewerker naar Sabeel is daar geen blijk van.Wij vragen de kerk dringend zich niet af te keren van de Joodse bewoners van Judea en Samaria, maar hen juist te bemoedigen, omdat hun motivatie om het land te bewonen niet voortkomt uit nationalisme, maar uit een diep geloof dat God bezig is heilsgeschiedenis te schrijven. Het past de kerk dat zij haar visie op Israël formuleert en uitspreekt voor het Aangezicht des Heren in de verwachting van de spoedige komst van het Koninkrijk. Daarin is zij gehouden alles te weren wat het bijbels getuigenis weerspreekt.Wij zegenen de PKN in deze roeping, met het gebed dat de kerk van Nederland de geesten zal kunnen onderscheiden en haar bijzondere relatie met het Joodse volk zal weten te belijden en gestalte te geven op een wijze die haar siert.

zondag 9 maart 2008



PEACE doet aangifte van fraude

Oproep aan alle Nederlanders om mee aangifte te doen bij de politie en het Openbaar Ministerie van verdenking van grootschalige Israëlische fraude.


Gevolg van deze fraude: Nederlandse consumenten, ook u, financieren de Israëlische nederzettingen en de Palestijnse onderdrukking.


Wat is er aan de hand?


In 2006 is een rapport verschenen met de Nederlandse bedrijven die economische relaties onderhouden met de Israëlische nederzettingen. De Israëlische nederzettingen liggen in door Israël bezet gebied, dat in de juni-oorlog van 1967 is veroverd. De nederzettingen zijn door de VN-Veiligheidsraad illegaal verklaard omdat diverse verdragen deze verbieden. Veel van de in dat rapport genoemde bedrijven importeren Israëlische nederzettingenproducten naar Nederland. Het was altijd al de vraag waar die producten bleven. Omdat de douane bij monde van de directeur-generaal van de Belastingdienst deze informatie als geheim bestempelde bleef dat onduidelijk.Maar nadat de regering heeft geantwoord op, op PEACE-verzoek gestelde, Tweede Kamervragen is het antwoord helder: In 2006 zijn er officieelgeen Israëlische producten uit de nederzettingen in Nederland ingevoerd. Omdat wij weten dat er wel degelijk vele Israëlische nederzettingenproducten in Nederland te koop zijn, is er sprake van illegale invoer. Omdat voor nederzettingenproducten een heel veel hoger importtarief geldt dan voor producten uit Israël is er dus ook sprake van ontduiking van de Nederlandse invoertarieven.


Eind februari beantwoordde de Europese Commissie de door PEACE opgestelde vragen gesteld vanuit het Europees Parlement. Wat blijkt? Voor de hele Europese Unie geldt hetzelfde als voor Nederland.

Kortom: fraude.Grootschalige fraude zelfs!

Wat betekent dit?


De Nederlandse staat en de Europese Unie als geheel worden voor grote bedragen opgelicht. Maar ook de consumenten worden misleid. U denkt goede en verantwoorde producten te kopen in de supermarkt. Zonder dat u het kunt weten kan het om Israëlische producten gaan, die geproduceerd zijn in de illegale nederzettingen. Op die manier financieren we allemaal de nederzettingenbedrijven van de Israëlische kolonisten. Zonder die financiering vanuit Nederland en de Europese Unie zouden de nederzettingen economisch niet levensvatbaar zijn.


Anders gezegd: Het grootste obstakel voor een duurzame vrede, de Israëlische nederzettingen, worden door onze financiering overeind gehouden. Tegelijkertijd wordt het recht van de Palestijnse bevolking op een normaal bestaan door de nederzettingen onmogelijk gemaakt. De Israëlische muur, die door het Internationaal Gerechtshof illegaal is verklaard, maakt dat de humanitaire rechten van de Palestijnse bevolking worden geschonden. De nederzettingen en de muur maken een levensvatbare Palestijnse staat onmogelijk.


Oproep: Steun de “Aangifte van Fraude”


PEACE wil namens zoveel mogelijk Nederlanders aangifte doen van fraude. Ook gaat PEACE Nederlandse importeurs en Israëlische exporteurs van nederzettingenproducten dagvaarden. PEACE gaat namens de ondersteuners de aangifte doen. PEACE roept daarom u en met u zoveel mogelijk Nederlanders op om de fraudeaangifte te ondersteunen. Het is van groot belang dat zoveel mogelijk Nederlanders en Nederlandse organisaties mee aangifte doen. Een grote maatschappelijke druk betekent dat het Openbaar Ministerie en ook de regering deze zaak niet meer kunnen negeren.


Een grote beweging in Nederland is ook van belang voor de andere landen in de Europese Unie. We gaan in de hele Europese Unie mensen en organisaties mobiliseren om aangifte van fraude te gaan doen. Als na Nederland in de hele Europese Unie deze beweging op gang komt, zal die het fundament van de nederzettingen zodanig aantasten,dat ze ophouden te bestaan. Daarmee is de weg naar een duurzame oplossing niet langer geblokkeerd.


Wilt u ook een aangifte doen, ga dan naar:


Reisverslag van een minister






Reisverslag Verhagen geanalyseerd





Minister Verhagen deed verslag van zijn Midden Oosten reis; hier een reactie.
Bekend is de kritiek van CDA corifeeën zoals Van Agt en Van den Broek op het kabinetsbeleid m.b.t. het Midden Oosten. Hier een kritische analyse door een minder bekende partijgenoot.

Reactie Jan Elshout op Kamerbrief dd. 15-2-2008 inzake reis minister Verhagen naar Midden Oosten 20-24 januari 2008

Inleiding



In dit stuk wordt globaal de volgorde van de Kamerbrief aangehouden. Omdat in de Kamer zal worden uitgegaan van de huidige situatie heb ik ook referenties van na het bezoek verwerkt. Het betreft dan echter nieuwe feiten m.b.t. ontwikkelingen die ook tijdens het bezoek al aan de gang waren.


Nog een technische opmerking: aangehaalde artikelen zijn bij mij in print aanwezig en kunnen worden opgevraagd.

2 Israël / MOVP


Israël heeft inderdaad het recht op zelfverdediging. Echter wie de geschiedenis van de laatste jaren nagaat, ziet dat het Israël was dat consistent het geweld heeft geinitieerd, ook in periodes dat radicale organisaties zich goed aan maandenlange eenzijdige bestanden hielden. Ook recent heeft Hamas vele malen een bestand van zeer lange duur aangeboden. Ik heb dit punt nader uitgewerkt in een memo naar onze partijgenoot mw. Van Gennip dd. 3-3-2008, waarvan ik een kopie bijvoeg 1). Het gaat niet om de vraag “heeft Israël het recht zich te verdedigen?” maar om de vraag “heeft Israël het recht steeds nieuwe cycli van geweld te initiëren?”.

Op zich zijn de opmerkingen dat de opening van Gaza essentieel is en tegen uitbreiding van nederzettingen terecht, maar ze zijn effectloos als er geen enkele sanctie tegenover staat. Dat soort lippendienst is tenslotte de manier waarop al 40 jaar Israëlische expansie gedoogd wordt. Zelfs wordt een “intensivering van betrekkingen” in het vooruitzicht gesteld. Gevreesd moet worden dat minster Livni intern na afloop verklaard zal hebben “Bezoek Verhagen is prima verlopen. Natuurlijk heeft hij wat gepreveld over nederzettingen en proportionaliteit en zo, maar dat doen ze al 40 jaar en er is geen enkele sanctie. We kunnen dus verder met uitbreiding van nederzettingen en het doden van grote aantallen Palestijnen. Verhagen is echt geen probleem. Ze willen de betrekkingen zelfs uitbreiden”.

Merkwaardig is dat minister Livni kan opmerken dat “van terugkeer van vluchtelingen geen sprake kan zijn” zonder dat ik iets lees over een reactie daarop. Het betreft hier immers een belangrijke afwijking van internationaal recht (dat, naar minister Verhagen meermalen verklaarde, universeel van toepassing is). Wie het onderzoek van het Britse parlement uit 2004 bestudeert R2), leest daar in dat dit recht een grote rol speelt in het bewustzijn van betrokkenen. Daarbij gaat het niet eens zo zeer over fysieke terugkeer (statistieken laten zien dat vrijwel niemand dat wil) maar om erkenning van onrecht. Zeker in dit jaar, waarin de Nakba 60 jaar geleden is, had het lot van vluchtelingen een belangrijk element van de reis moeten zijn.

Ernstige mensenrechtenschendingen in Palestijnse gebieden blijven onbesproken. Ik noem bijv.:



- de raids, luchtaanvallen, e.d. van het Israëlische leger/luchtmacht in Gaza en op de Westoever (de week voor het bezoek doodde Israël 37 Palestijnen, waaronder veel burgers en kinderen; ik lees geen enkele veroordeling, maar ook niets over bijv. een bezoek van de minister aan nabestaanden De Israëlische auteur Ilan Pappe zegt over het geweld “A creeping transfer in the West Bank and a measured genocidal policy in the Gaza Strip are the two strategies of Israel today”; zijn artikel heb ik bijgevoegd 2).


De Oxford Research Group bekritiseert de “presumption of immunity for IDF killings” R1).


Het geweld is duidelijk in overleg met de VS; Al Ahram van 22-1-2008 rapporteert over het bezoek van Bush aan Israël: “Hebrew language Israeli television noted that Olmert was surprised by the hasty agreement of Bush to Israel waging a wide-scale military campaign aganist the Gaza Strip”


- de “extra-judicial executions”


(PCHR rapporteert in dec.2007 een aantal van 664 mensen op die wijze gedood, bijna de helft burgers waaronder vele kinderen; deze executies vormen een zeer grove overtreding van de art. 33 van de 4e Geneefse Conventie)


- de Muur


(niet alleen worden duizenden hier door getroffen in hun bestaan, zie bijv. The Jordan Times van 18-11-2007 en Haaretz 17-12-2007, maar de Muur is ook, volgens het Int. Gerechtshof en het daarop volgende VN besluit illegaal; volgens art. 90 van de Grondwet is Nederland gehouden de internationale rechtsorde na te leven; door niets te doen wordt dus tegen de Grondwet gehandeld)


- de ca. 12000 Palestijnse gevangenen


(het blad Haaretz stelt op 22-11-2007 dat duizenden vrij gelaten zouden kunnen worden zonder enig veiligheidsrisico voor Israël, als er maar enige vredeswil was; men acht het immoreel gevangenen vast te houden als “losgeld” om bij onderhandelingen concessies af te dwingen; m.i. had de minister in het bijzonder had het lot van de 41 Palestijnse parlements-leden aan de orde moeten stellen; die werden bijna allen gevangen genomen als vergelding voor het gevangen nemen van Shalit, zonder een beschuldiging tegen hen persoonlijk; ook had het martelen van gevangenen aan de orde moeten worden gesteld)


- onrechtvaardige rechtspleging


(de mensenrechtenorganisatie Yes Din kwam in dec. 2007 met een rapport over de militaire rechtbanken op de Westoever, die ieder jaar duizenden Palestijnen veroordelen; de behandeling tart iedere norm, verdachten hebben geen toegang tot een advocaat, hoorzittingen zijn in het Hebreeuws en verdachten zijn bij voorbaat veroordeeld)


- de afsluiting van Gaza


(de minister pleit wel voor opening, maar stelt niet het immorele karakter van de afsluiting ter discussie; een regeling waarbij Israël zeggenschap heeft over Gaza grenzen is ten principale onjuist; de internationale gemeenschap kan wel regelingen maken tegen wapensmokkel etc., maar iedere zeggenschap door Israël is onjuist; daarmee stelt men een mechanisme in werking dat Israël de mogelijkheid geeft tot, wat de Israëlische auteur Ilan Pappe noemt, “ethnic cleansing of the West Bank and genocide in Gaza”; kritische organisaties van Amerikaanse Joden spreken in Occupation Magazine dd. 24-1-2008 van “medical warfare” en European Jews for Just Peace, EJJP, zeggen over de “ongoing collective punishment” in een persbericht van nov.2007: “These actions are not only in complete contraviction of the Geneva Convention but also amount to crimes of war”).


- het administratieve regime dat het leven onmogelijk maakt


(het gaat dan niet alleen om veelbesproken zaken als pasjes en checkpoints; Haaretz analyseert bijv. op 21-2-2008 dat in tientallen jaren in Area C vrijwel geen bouw-vergunningen zijn afgegeven aan Palestijnen; duizenden huizen zijn daarom “illegaal” en kunnen direct worden afgebroken; met pasjesregelingen kan men duizenden studenten toegang tot opleidingen ontnemen en zo de ontwikkeling van een nieuwe generatie leiders onmogelijk maken; door nieuwe afsluitingen hebben steeds minder Palestijnen toegang tot gebieden waar ze generaties lang woonden; de Israëlische journaliste Amira Hass rapporteert in Haaretz van 21-2-2008 dat reeds 60 % van de Westoever ontoegankelijk is voor Palestijnen)


- de terreur door settlers


(Haaretz analyseerde op 4-12-2007 dat duizenden olijfbomen door settler terreur waren vernield; van de 20 gevallen die waren onderzocht was slechts in één geval een onderzoek gestart, waaruit geen veroordeling kwam)

Ook ernstige mensenrechtenschendingen in Israël blijven onbesproken. Ik noem bijv.:


- het terug dringen van Arabische inwoners in steeds kleinere gebieden, ook in Israël;
(Haaretz van 23-12-2007 meldt bijv. dat oudere Arabische wijken van Jaffa, bij de kust, totaal 497 woningen, zullen worden afgebroken; daar voor in de plaats komen dure woningen voor Joodse inwoners; voor de Arabieren zijn nieuwe wijken, ver van de kust gepland;


mensenrechtensites melden op 5-11-2007 omvangrijke vernielingen van Bedouinen woningen en op 21-12-2007 andere vernielingen in de Negev)


- wettelijk geregelde achterstellingen van Arabieren op talrijke gebieden


(Haaretz van 13-12-2007 meldt bijv. enrstige discriminatie op onderwijsgebied in Jeruzalem)


- immorele voorstellen Arabische inwoners te “dumpen”


(Haaretz meldt op 29-11-2007 voorstellen van, toen nog, minister Liebermann, om gebieden met veel Palestijnen te ruilen tegen nederzettingsgebieden; gevolg is dat mensen die levenslang sociale premies etc. betaalden van alle rechten beroofd worden; vice-president Ramon herhaalde dit voorstel op 18-12-2007)

In het verslag mis ik een oproep van de minister aan Israël om in te gaan op het herhaaldelijk door Hamas aangeboden (langdurige) bestand (zie hiervoor ook het genoemde memo aan mw. Van Gennip, 1).

De minister had, om mensenrechten te bevorderen, kontakt met organisaties op dat gebied kunnen hebben. Ik denk dan vooral aan Adalah, een organisatie die opkomt voor de rechten van Arabische inwoners. Deze kwamen op 28-2-2007 met een ontwerp grondwet voor Israël, gebaseerd op gelijke rechten voor alle inwoners, waarbij men de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens en de VN Universele Verklaring van Mensenrechten uit 1948 als model nam. In Haaretz van 21-12-2007 kwamen ze met nadere uitwerkingen. In plaats van steun kreeg Adalah uit Joodse kringen een storm van verontwaardiging omdat preferentiële regelingen voor Joden zouden verdwijnen. Een minister die mensenrechten zegt te willen bevorderen (omdat die universeel gelden) zou van het bezoek aan Israël gebruik moeten maken deze organsatie een hart onder de riem te steken.



Naast kontakt met Adalah had de minister kontakt gehad kunnen hebben met Israëlische mensenrechtenorganisaties die zich toeleggen op medische zorg, rapportage van brute behandeling bij checkpoints, etc.

De minister maakte een tocht naar Sderot, op zich terecht, maar het gaat m.i. niet aan dit relatief geringe leed te bezien als er geen gelegenheid (of wil) is kennis te nemen van het vele malen grotere leed in Gaza (en bijv. condoleance bezoeken af te leggen i.v.m. de tientallen slachtoffers van de week daarvoor).

Wie de hiervoor genoemde massale mensenrechtenschendingen door Israël overziet kan begrijpen dat het land, volgens minister Verhagen (Haaretz 22-1-2008) “singled out” is in de VN. Wat ik echter niet begrijp is dat Israël, in de woorden van de minister, “unfairly singled out” is. Natuurlijk geburen er gruwelijke dingen in Darfur etc. maar ik ken geen ander land dat niet minder dan 39 VN resoluties overtreedt en waarin de achterstelling in mensenrechten zo uitgebreid in wetten is vastgelegd.

3 Palestijnse gebieden MOVP


Dat President Abbas en Onderhandelaar Erekat “gematigd optimistisch” zijn komt mij merkwaardig over. Het is strijdig met andere publikaties. In een analyse door Barak Ravid in Haaretz dd. 10-2-2008 lees ik over de “slow motion status talks” : “An MK with ties to senior PA officials spoke of a growing frustration on the Palestinian side, particularly caused by Livni’s policies”. Een andere MK zegt “This is not what serious negociations look like”. Ravid’s conclusie is dan ook dat dit “will not lead to an agreement even in 20 years”.


In Haaretz van 17-2-2008 lees ik (n.a.v. het bezoek van de Franse minister Kouchner) “Kouchner told Peres that the Palestinians appear increasingly hopeless about establishing a state”. In een artikel in Al Ahram van Khaled Amayreh dd. 15-2-2008 lees ik “Even Fayyad admits there are no peace prospects”. Fayyad duidt dan vooral op het doorgaande geweld en de voortgaande bouw van nederzettingen, met name in een “afsluitende ring” rond Oost Jeruzalem. Amayreh schrijft over het geweld in Gaza “However, the real reason is to destroy the Hamas government in order to lower the ceiling of Palestinian national expectations”. Over de doorgaande expansie zegt hij “Israel is simply killing the 2-state solution”. De volgende dag verklaarde Olmert tijdens een lezing in de VS dat de bouw van nederzettingen in Jeruzalem doorgaat (Haaretz 18-2-2008). Er zouden alleen geen nieuwe nederzettingen worden opgezet (dat is een vrij loze belofte want gigantische terreinen rond nederzettingen zijn al gereserveerd). Ook zijn er nieuwe “outposts” ontstaan (Haaretz 15-2-2008).


In de Jordan Times van 23-2-2008 lees ik dat Arabische staten dreigen het vredesinitiatief van Saudi Arabië in te trekken, bij gebrek aan serieuze respons door Israël.


In het licht van het voorgaande begrijp ik het optimisme van minister Verhagen niet.

Merkwaardig is de zin dat Abbas zich verzet tegen “impliciete legitimering van de machtsgreep van Hamas”. M.i. draait dat de zaken om. De wettig gekozen regering was de Palestijnse eenheidsregering, die een parlementaire meerderheid bezat. Er was geen coup in Gaza door Hamas, maar een poging (met steun van het westen) om posities van Hamas met geweld over te nemen. Toen het er op aan kwam weigerden Fatah getrouwe troepen op hun broeders te schieten en kopstukken vluchtten naar de Westoever. Er was dus eerder een “coup” tegen de wettig gekozen eenheidsregering. Kathleen Christison, oud-CIA medewerkster heeft de gang van zaken geanalyseerd en ik verwijs naar haar artikel daar over toe R9). Christison is van mening dat als men spreekt van een “coup by Hamas” dit “manipulative language” is.

Over de legitimiteit van de Abbas-Fayyad regering wordt niet gesproken. Die bestaat eigenlijk alleen uit de erkenning door het Westen. Bij het ter zijde schuiven van de eenheidsregering handelde Abbas in vele opzichten onconstitutioneel, maar het is voldoende er op te wijzen dat er, bij de presentatie van de nieuwe Fayyad regering, geen parlementaire meerderheid voor was (Jordan Times 16-7-2007). Voor de eenheidsregering was er wel een grote parlementaire meerderheid en Hamas heeft sindsdien vele malen op herstel daar van aangedrongen. Ik mis in de brief van de minister steun voor dit herstel van de democratie. Ik lees ook geen kritiek op vele illegale wetswijzigingen door de regering Fayyad, bijv. van de Elections Law, die van Palestina feitelijk een eenpartijstaat maakt. Na de verkiezingen had Hamas een zeer grote parlementaire meerderheid. Volgens de meest recente, mij bekende cijfers (Haaretz 6-2-2008) koos 39 % van de bevolking voor Hamas en 46 % voor Fatah. Die getallen zouden nu (na de gebeurtenissen in Gaza) wel eens omgekeerd kunnen liggen.


Waarom heeft de minister niet willen spreken met Palestijnse intellectuelen die voorstander zijn van een derde weg?

Ook uit de brief van de minister blijkt dat de houding van Abbas tegenover Hamas met “agressief” kan worden aangeduid. In november riep Abbas de inwoners van Gaza op om tegen Hamas in opstand te komen (Haaretz 15-11-2007). De Palestijnse Autoriteit trachtte toen zelfs een veroordeling van Hamas door de VN te bewerkstelligen, wat door Arabische staten verhinderd werd (Haaretz 18-11-2007). De NRC van 16-1-2008 meldde dat Zwitserse diplomaten ver gevorderd waren met een bestand tussen Israël en Hamas met o.a. een gevangenenruil en een 15-jarig bestand. Abbas heeft dit expres laten uitlekken om succes te voorkomen. Een commentaar in Al Ahram van 1-2-2008 verbaast zich er over dat Abbas wel praat met Israël (dat honderden Palestinen doodt) maar onder geen beding met Hamas.

Feiten laten zien dat de regering van Abbas feitelijk een soort Vichy-bewind geworden is dat onderworpen is aan Israëlisch/Amerikaanse bevelen. Haaretz van 24-1-2008 meldt “IDF allowed Palestinian forces to carry out 371 armed operations since June”. Israëlische militairen prijzen de goede samenwerking. Met zaken als het massaal arresteren van Hamas leden (zie bijv. de Volkskrant 25-9-2007) is de Abbas regering feitelijk deel van de bezettingsmacht geworden.


Tekenend is het gemak waarmee men gerechtvaardigde eisen laat vallen. Een gerechtvaardigde eis was bijv. dat Israël, nog voor de conferentie in Annapolis, de bouw van nederzettingen volledig zou staken (Jordan Times 18-11-2007). Dat was ook een eis voor de bilaterale besprekingen. De bouw van nederzettingen (en de militaire raids) verhevigden juist na Annapolis, maar de bilaterale gesprekken werden op 29-12-2007 gewoon hervat. Zo meldde Olmert (Haaretz 28-1-2008) dat Jeruzalem “last topic” zou zijn in vredesbesprekingen (om de Shas partij voor zijn regering te behouden). Abbas protesteerde hier tegen en eiste dat “all core issues” moesten worden besproken. Na het volgende gesprek van Olmert met Abbas meldde een Israëlische woordvoerder (Haaretz 19-2-2008) echter “The issue of Jerusalem did not come up. I am not aware of changes in the Israeli position”.

Palestijnse gebieden. Mensenrechten


Merkwaardig is dat de minister zijn “zorgen uit over Palestijnse mensenrechten-schendingen”. Bij Syrië is er sprake van “ernstige zorg”. Daarentegen is de tekst onder Mensenrechten bij Israël vrijwel geheel gewijd aan het “evenwichtiger benaderen van Israël” in internationale verbanden, d.w.z. het vrijwaren van Israël voor druk van buiten. Wat Israël betreft wordt er alleen “aangedrongen op het respecteren van mensenrechten zowel door Israël als de Palestijnen”. Gezien eerdere uitspraken van de minister over mensenrechten die “altijd en overal” gelden en in het licht van de hiervoor geschetste massale schendingen door Israël doet dit meten met twee maten vreemd aan.

Palestijnse gebieden. Economische wederopbouw Westoever


In deze paragraaf wordt alleen de mening van Palestijnse zegslieden en president Peres weergegeven. Onduidelijk is of de minister ook een mening heeft.


Niet vermeld is het feit dat, volgens bijv. het rapport van de Wereldbank R6) alle fondsen van donoren zinloos zijn als er geen vrijheid van beweging van personen en goederen komt. Ook geeft de Wereldbank aan dat een goede verbinding tussen de Westoever en Gaza van essentieel belang is, wil de Palestijnse staat zich kunnen ontwikkelen. De brief van de minister spreekt niet over de economische ontwikkeling van Gaza. Blijkbaar is dat geen doelstelling.


Over de donorconferentie in Parijs (die USD 7.4 miljard opbracht) schrijft Al Jazeera onder de titel “Managing the occupation” op 17-12-2007: “In Paris there was neither a show of an international political will to address the occupation itself nor any serious pressure placed on Israel to lift restrictions on the movement of people and goods. Warnings by the World Bank that an Israeli reversal of movement restriction policies and closure of borders is a pre-requisite for the recovery of the Palestinian economy went unheeded. The donor’s conference, as the American-sponsored Annapolis meeting a few weeks ago, was instead driven by Israeli and US security priorities, namely backing, if not, encouraging a Palestinian Authority confrontation against Hamas rather than addressing the reality of the Israeli occupation ”.


De nieuwe (Nederlandse) VN Gezand Robert H.Serry meldt in een recente zitting van de Veiligheidsraad R4) “Looking at these deteriorating realities on the ground in Gaza and the West Bank, as well as in Sderot, the disconnect between those realities and the hopes and aimes of continuing peace talks seemed almost total”. Die USD 7.4 miljard lijkt “a mockery”.

Syrië MOVP


Ik ben het eens met de opvatting dat een dialoog beter is dan isolatie, echter merkwaardig is het doel “veranderingen in het Syrische beleid”. Ik denk dat, gezien de Syrische bereidheid tot onderhandelingen met Israël en het feit dat een deel van het land nog steeds bezet is, veranderingen in het Israëlische beleid urgenter zijn. Waar VN Secretaris Ban Ki Moon nog bij Israël pleitte om bezoeken van familieleden die elkaar in decennia niet zagen mogelijk te maken (Jordan Times 19-12-2007) bespeur ik niets van zo’n steun bij minister Verhagen.


Het protest tegen de bijeenkomst in Damascus van wat “radicale groeperingen” genoemd wordt is denk ik misplaatst. Net als de Syrische minister zei vertegenwoordigen ze een substantieel deel van de Palestijnen en hebben ze net zo’n recht op vergaderen als Nederlanders. Als ik het verslag van de bijeenkomst in The Jordan Times van 25-1-2008 lees, kan ik daarin niets onrechtmatigs lezen. Er is in het geheel geen oproep tot geweld o.i.d en de nadruk ligt (ik denk terecht) op “national reconciliation” van Palestijnen.

6 Appreciatie


Zeer gevaarlijk acht ik de terminologie in de brief over “Joods-Israëlische staat”. Met de aanduiding “Joods” wordt het spraakgebruik van Zionisten overgenomen. Van een hooggeplaatst politicus moet verwacht worden dat hij zulk spraakgebruik zeer bewust hanteert en daarom acht ik deze aanduiding des te gevaarlijker. De rechten van de ca. 20 % Arabische inwoners van Israël worden met zulk taalgebruik resoluut van tafel geveegd.


Gezien het bij andere gelegenheden pleiten van de minister voor mensenrechten herhaal ik de eerdere suggestie om in kontakt met organisaties als Adalah daadwerkelijk op te komen voor mensenrechten.

Verdere opmerkingen mijnerzijds


In de brief van de minister mis ik een meer fundamentele onderbouwing m.b.t. de gang van zaken in het vredesproces.

Impliciet wordt uitgegaan van een 2-statenoplossing. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat deze door de situatie “on the ground” niet meer realiseerbaar is. Men ziet dan ook in toenemende mate publicaties die pleiten voor een “single democratic state”. In dat verband verwijs ik bijv. naar het bijgevoegde artikel van Christison “The Myth of international consensus” 3). Zij wijst daarin op het feit dat de internationale gemeenschap zich tot ca. 1990 nooit voor een Palestijnse staat heeft ingespannen en dat daarna de condities ervoor drastisch verslechterd zijn. Men moet dus grote vraagtekens plaatsen bij de intenties van die internationale gemeenschap.
Persoonlijk wil ik hier niet pleiten voor zo’n eenheidsstaat voor het gehele gebied ten westen van de Jordaan, omdat dat een zeer complex vraagstuk is. Die complexiteit blijkt uit de publicatie van Jeff Halper (Israeli Committee Against House Demolitions, ICAHD) “The key to peace: dismantling the matrix of control” R7). Echter als in het Nederlandse beleid geen analyse wordt meegenomen of de 2-statenoplossing nog wel haalbaar is, dan acht ik dit beleid “ononderbouwd”.

In de brief mis ik elke referentie dat een oplossing van het Israëlisch/Palestijns conflict moet plaats vinden binnen de kaders van het internationale recht. Voor een minister die herhaaldelijk spreekt over mensenrechten is dit vreemd. De minister biedt daarmee geen tegenwicht tegen een trend vanaf de Annapolis conferentie, dat in toenemende mate internationale rechtsregels terzijde geschoven worden en de persoonlijke mening van president Bush als nieuwe “rechtsregel” lijkt te gelden (men denke bijv. aan de beruchte brief van Bush aan Sharon waar Israël zich op beriep, bijv. bij de voorbereiding van Annapolis, als een soort “verkregen recht”). Na het bezoek van Bush in januari 2008 voelde Erekat zich “extremely embarrassed” na vragen hier over van journalisten: “In this meeting he had clearly understood that Bush’s administration does not consider UN resolutions on the Palestinian-Israeli conflict as a reference point governing negociations. Moreover, Bush stressed that his administration does not intend to place any pressure on Israel” (Al Ahram 22-1-2008). Gezien deze achtergrond is het esentieel dat een Nederlandse minister opkomt voor de internationale rechtsorde, iets wat ik in de brief mis.


De brief haalt minister Livni’s woorden aan over “een accoord dat goed is voor Israël (vooral op veiligheidsgebied)” maar de opvatting dat recht hieraan ten grondslag moet liggen ontbreekt geheel.

In de brief ontbreekt een analyse m.b.t. de rol van het Kwartet hoewel daar zeker aanleiding toe is na het advies van de Speciale Rapporteur prof. Dugard aan de VN om uit te treden. Hij kwam tot deze mening omdat het Kwartet verworden is tot verlengstuk van het Israëlische sanctiebeleid en, in strijd met zijn taakstelling, niet voor mensenrechten in Palestijnse gebieden opkomt (statement in Third Committee, UN-GA, 24-10-2007). Hij herinnert aan art. 54 van de Geneefse Conventie (“starvation of civilians as a method of warfare is prohibited”) en art. 55 (“obligates an occupying power to ensure the food and medical supplies to the population”). In een door Al Ahram Weekly weergegeven interview (19-10-2007) zegt hij “If the UN is not able to persuade other members of the Quartet, particularly the US, to acknowledge that Israel is a serious violator of human rights and is in serious violation of international law, the UN should withdraw from the Quartet”.


In zijn rapportage van januari 2008 kan hij alleen maar verslechteringen melden R3).

Een analyse van de opzet van het huidige “vredesproces” ontbreekt. De Amerikaans-Arabische analyst James J. Zogby gaat in The Jordan Times van 26-2-2008 in op een recent rapport over het Amerikaanse buitenlandbeleid in de laatste decennia R8). Een groep o.l.v. ex-ambassadeur Daniel Kutzer spreekt van “decades of failed policy and deteriorating conditions on the ground”. Waar Clinton “failed to understand and deal with key asymmetries in the Palestinian negociations” wordt de huidige president Bush omschreven als “involved, however mostly at the rhetorical level”. Over het vredesproces wordt geschreven “This was the first time in history a people under occupation was expected to negociate its own way out of the occupation while at the same time creating a viable, democratic and independent state”.

Conclusie

De brief faalt in de behandeling van de genoemde basis asymetrie. Nog steeds wordt niet effectief stelling genomen tegen het Israëlische optreden en opgekomen voor recht aan de Palestijnen. Aan de laatsten wordt overgelaten “to negociate its own way out of the occupation”, wat aan Israël in feite een vrije hand laat. Er wordt niet opgekomen voor een machteloze partij. De Israëlische minister Livni verklaarde (Haaretz 18-2-2008) “nothing is agreed until everything is agreed”. Langs die weg zal er dus nooit vrede komen. Ondertussen wordt Israëlisch onrecht in stand gehouden en worden de Palestijnen in steeds kleinere gebieden in steeds machtelozer posities terug gedrongen.


Een minister die zegt voor mensenrechten te willen opkomen zou grenzen moeten stellen aan het voortgaande (en in feite steeds erger wordende) onrecht Helaas worden er geen dwingende eisen aan Israël gesteld.


Een recent rapport van het Internationale Rode Kruis “Dignity denied” R5) meldt “The dignity of the Palestinians is being trampled underfoot day after day, both in the West Bank and Gaza”. Zo’n uitspraak is heel uitzonderlijk voor een organisatie die, hoe dan ook, onafhankelijk wil blijven. Echter van minister Verhagen mis ik een duidelijke stellingname in verband met concrete situaties.

Albert Einstein zei eens “The world is not dangerous because of those who do harm but because of those who look at it without doing anything”. Ik vrees dat het bezoek, door niet effectief stelling te nemen tegen groot onrecht, alleen maar aan die “dangerous world” heeft bijgedragen.

Bijlagen

1) Memo Jan Elshout naar mw. Van Gennip dd. 2-3-2008 inzake “escalatie Gaza”
2) Ilan Pappe: “
Genocide in Gaza, ethnic cleansing on the West Bank”, Indypendent 28-1-2008
3) Kathleen Christison: “
The Myth of International Consensus”, Counterpunch 24-1-2008

Referenties

R1) Oxford Research group “Conflict, Economic closure and Human Security in Gaza”
London 15-10-2007
R2) British Joint Parliamentary Middele East Councils, Commission of Enquiry Palestinian
Refugees, “Right of Return”, May 2004
R3) UN Human Rights Council, Special Rapporteur prof. Dugard: Human Rights Situation
In Palestine and other Arab territories, 21-1-2008
R4) UN Security Council, 5846th meeting 26-2-2008, Special Coordinator for Middle
East Peace, Robert H. Serry, monthly briefing
R5) Int. Committee of Red Cross, Dignity Denied in the occupied Palestinian Territories, Nov. 2008
R6) Wereldbank rapport m.b.t. economische ontwikkeling Palestijnse gebieden, 15-12-2007
R7) Jeff Halper “Dismantling the matrix of control”, ICAHD, Jan. 2008
R8) US Institute for Peace”Negociating Arab-Israeli Peace: American Leadership in the
Middle East”, Febr. 2008
R9) Kathleen Christison “Thoughts on the Attempted Murder of Palestine. The Siren Song
of Elliott Abrams”, Counter Punch 27-7-2007.


Bijlage 1 niet toegevoegd.




PKN krijgt iets meer oog voor Palestijnen



Een charme-offensief of een heroverweging van oude standpunten


In Protestaanse kringen in Nederland is men over het algemeen altijd pro-Israel geweest maar er klinken vandaag de dag geluiden binnen deze gelederen die roepen tot meer empathie met de Palestijnen. Is dit een charme-offensief om de werkelijkheid te verbloemen of is men werkelijk zijn oude standpunten aan het evalueren en wellicht wil men zelfs verder gaan door deze daadwerkelijk te heroverwegen? In het volgende artikel wordt dit nader belicht en ook kunt onderaan het artikel klikken op de link naar een PDF-bestand om meer inzicht te verkrijgen in dit materie. Lees ze.


De positie van de PKN in het Israëlisch-Palestijnse conflict

De PKN blijft ’onopgeefbaar verbonden’ met Israël, maar met wat meer oog voor de Palestijnen, vindt de synode in Lunteren.
Ook als er niets te besluiten valt, kan een vergadering lang duren. Dat bleek gisteren in Lunteren, waar de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de hele dag sprak over zeven lettergrepen: on-op-geef-baar ver-bon-den. Dat is de PKN met Israël, maar wat houdt dat in, en hoe denkt de kerk over het Israëlisch-Palestijnse conflict?


Synodevoorzitter Gerrit de Fijter noemde aan het begin van de zitting Israël 'onontbeerlijk voor de kerk'. ,,Zoals de longen onontbeerlijk zijn voor het lichaam."
Op tafel lag een 'gespreksnota' waarin de visie van de kerk op Israël uiteengezet wordt, en hoe die visie tot stand is gekomen. Over de nota zélf liepen de meningen al sterk uiteen. Volgens een speciale commissie die het vooraf kritisch bestudeerd had, geeft het stuk niet altijd een evenwichtige weergave van de werkelijkheid. Het exclusieve gebruik van de uitdrukking 'onopgeefbaar verbonden' voor Israël suggereert volgens de commissie 'een minder kritische houding ten opzichte van een van de partijen'.


Bovendien staat in de nota wél dat het Palestijnse Hamas Israël niet erkend, maar níet dat het Israëlische Likud het recht op een Palestijnse staat ontkent. En over atoomwapens wordt vermeld dat Iran Israël daarmee bedreigt, maar dan weer niet dat Israël er zelf óók over beschikt. ,,Een atoomwapenvrij Midden-Oosten zou een helderder standpunt zijn", aldus de commissie.


Synodelid Piet de Jong, predikant in Rotterdam, reageerde fel op dat punt. ,,Natuurlijk heeft Israël een atoombom", betoogde hij. ,,Om zich tegen Iran te beschermen. En dat is nodig omdat wij weigeren iets te doen."


Volgens anderen heeft de kerk juist stelselmatig te weinig aandacht voor de Palestijnen. Dominee Henri Veldhuis uit Culemborg is de personificatie van die opvatting. ,,Waarom heeft onze synode nooit iets gezegd over de Israëlische afscheidingsmuur die het leven van miljoenen Palestijnen verwoest?", vroeg hij. ,,We moeten ons inzetten voor heil en vrede van beide volken. Maar als we nog tien jaar wachten ís er geen Palestijns volk meer."


En zo wisselden de synodeleden hun bekende standpunten uit: de een vindt dat de kerk zich niet in politieke kwesties moet mengen, de ander dat ze niet zo theologisch moet spreken. De een is vooral pro-Israël ('de staat Israël is een godswonder'), de ander meer begaan met de Palestijnen: ,,Na de Jom Kippoeroorlog misten de Nederlandse rabbijnen steun van de kerken. Een zelfde oproep zouden de Palestijnse christenen nu aan ons kunnen doen." Het conflict in het Midden-Oosten, verzuchtte een orthodoxe ouderling, zal wel duren tot de wederkomst van Christus. ,,Pas dan zullen Jood en Palestijn aan een tafel zitten, zal de leeuw bij het lam liggen."


Tot die tijd wil niemand de 'onopgeefbare verbondenheid' met Israël – hoe verschillend je dat ook kunt interpreteren - opgeven. Maar uitsluitend díe kant kiezen in het conflict, is volgens de synode niet rechtvaardig. Het lot van de Palestijnen verdient meer aandacht, beter laat dan nooit.


Na een dag praten wordt nu een nieuw document opgesteld, waarover de synode in april 2008 verder praat.


Een link naar een PDF-bestand over de positie van PKN in het Israëlisch-Palestijnse conflict:




Vrijheid en onafhankelijkheid voor de Palestijnen



Michel Warschawski



Na jaren van onderhandelingen over een definitief akkoord blijkt dat Israël nog steeds niet tot een compromis bereid is. Vrijheid en onafhankelijkheid voor de Palestijnen, blijken alleen mogelijk door de strijd voort te zetten.

Het bezoek van Ariel Sharon, de leider van Israë­lisch rechts, aan het bordes van de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem heeft het kruidvat uiteinde­lijk tot ontploffing bracht. Direct na Camp David was duidelijk dat die ontploffing niet lang meer op zich zou laten wachten. De top was voor veel Palestijnen het einde van het Oslo-proces. Daar maakte de onverzettelijkheid van Barak een einde aan de onderhandelingen.


Provocatie


Barak ging er van uit dat de Palestijn­se leiders zich net zo gematigd zouden opstellen als de afgelopen zes jaar, bij tussen­tijdse akkoor­den. De Palestijnse leiders leken hun ogen te sluiten voor de voortdu­rende kolonise­ring van de bezette gebieden. Maar geen enkele Palestijnse leider heeft sinds de Oslo-akkoorden de minimum­eisen voor een defini­tief akkoord afge­zwakt: terugtrekking van Israël uit de in juni 1967 bezette gebieden; de ontman­telin­gen van alle kolonis­tenvestigingen; het recht op terugkeer van vluchtelingen; de stich­ting van een onafhankelij­ke Palestijnse staat op de westelijke Jordaanoe­ver, inclusief Oost-Jeru­zalem en de Gazastrook.


Op grond van de eerdere onderhandelingen gingen de Israëlische leiders er vanuit dat ook deze eisen voor een definitief akkoord onderhandelbaar waren.


Toen Barak het grootste taboe doorbrak en nog verder ging dan Netanyahu -het claimen van de Israëlische soevereiniteit over de rotsmoskee, die gebouwd is op de ruïnes van de tempel van Salomon- luidde hij het einde van de onderhande­lingen in. Barak zal de geschiedenis ingaan als een crimineel, die in Camp David een religieuze kruistocht in het Midden-Oosten ontketende en de oorlog tot bevrijding van Jeruzalem provoceerde. Vergeleken met Barak is Ariel Sharon maar een kleine jongen.


Gepland geweld


Het Israëlische militaire geweld komt niet uit de lucht vallen. De blauwdrukken waren al minstens een jaar klaar. Ondanks de onderschatting van de Palestijnse leiders heeft Israël wel altijd reke­ning gehouden met een eenzijdig door de PLO uit­geroepen onafhankelijkheid. Volgens welingelichte Israëlische journalisten heeft Israël tot doel de Palestijnen een zware prijs te laten betalen voor een dergelijk initiatief. Een van de stukken stelt uitdrukkelijk dat er bloed moet vloeien. En gezien de massale inzet van elite scherpschutters en het richten op het bovenlichaam, lijkt dat te kloppen: Het leger heeft het bevel ontvangen om te schieten en te doden.


Met meer dan honderdvijftig doden en duizenden gewonden is de prijs die de Palestijnen betalen extreem hoog. Toch lijkt hun vastberadenheid er niet minder op geworden. Met duizenden bereiden ze zich voor op een gevecht dat niet snel voorbij zal zijn, in de vorm van massale confrontaties of in de vorm van guerrilla-operaties in de be­zette gebieden.


Het einde van een illusie


De Palestijnse opstand heeft van de Israëlische bezetting weer dé centrale kwestie gemaakt. Het grootste deel van de Israëli's en de internatio­nale gemeenschap deed alsof sinds de onderteke­ning van de beginselverklaring van Washington in september 1993, de bezetting over was en vervan­gen was door een vredesproces. Een fijn gevoel, behalve voor de Palestijnen die al snel begrepen dat de Israëlische bezetting van de westelijke jordaanoever en een deel van de Gazastrook gewoon door ging en Israël haar repressieapparaat in stand hield. En bovendien doorging, hoewel in mindere mate, met het vestigen van nederzettingen en het stelen van water en land. Gaza en Jeruza­lem werden afgesloten en de bewegingsvrijheid van de Palestijnen werd dus ernstig beperkt.


Door de opstand zijn de Israëlische leiders met hun neus op de feiten gedrukt. Grenzeloos arro­gant dachten ze dat ze de Palestij­nen konden dwingen om hun meest elementaire rechten op te geven. De illu­sie dat de Palestijnen een apart­heidssysteem zouden slikken ligt na zeven jaar aan duigen.


Een belangrijk element in de berekeningen van Israël is altijd geweest dat ze dachten ieder compromis met behulp van de Palestijnse nationale leiding te kunnen opleggen aan de Palestijnen. Immers, zoals iedereen weet, de Palestijnse bevol­king heeft geen eigen wil en luistert netjes naar hun dicta­tors. Helaas voor Barak, de Palestijnse delegatie was niet bereid tot meer concessies. De huidige opstand laat zien dat Ara­fat en de Fatah-beweging niet zijn verworden tot een stelletje collaborateurs. De Palestijnse politie en Fatah-militie staat vooraan in de strijd. Zeven jaar geleden maakte de voorzitter van de PLO een pro­blematische en extreem riskante keuze door een bestand te sluiten, in ruil voor een Palestijns-Israëlisch onderonsje waarbij het Amerikaanse imperialisme als scheidsrechter zou optreden. Hij ging akkoord met de extreme concessies die de VS en Israël eisten en beloofde dat hij die Pale­stijnen die meenden dat hij niet het recht had om dergelijke concessies te doen, zou onderdrukken. Sommige van zijn medewerkers hebben de grens tussen onderhandeling en collaboratie overschre­den. Toch zijn Arafat en de honderdduizenden activisten die hem ondersteunen geen marionetten van Israël. Ze accepteerden de Israëlische dicta­ten, om aan het einde van de overgangsperiode de volledige beëindiging van de Israëlische bezet­ting te bewerkstelligen en een soevereine staat in de bevrijde gebieden te vestigen met Jeruzalem als hoofdstad.


Een oorlog op twee fronten


Hoewel de Israëlische regering er van droomde dat het op vechten zou uitlopen en het bloed rijke­lijk liet vloeien, duurde het niet lang voordat ze begrepen dat de militaire confrontatie proble­matischer was dan ze hoopten. Het grootste pro­bleem zijn niet de vuurwapens -minder dan tien­duizend- die de Palestijnse politie en de natio­nalistische groeperingen bezitten, maar de soli­dariteit tussen Palestijnen in Israël en Pale­stijnen in de bezette gebieden. Een solidari­teit die is versterkt door het religieuze belang van Jeruzalem en haar moskeeën. De Palestijnse bur­gers van Israël namen het initiatief tot een echte volksopstand in Galilea en de Wadi Ara regio bij Tel Aviv.


Ruim een week organiseerden duizen­den Palestijnen een werkelijk beleg rond de jood­se dorpjes die gedurende de laatste 20 jaar ge­sticht zijn om Galilea joods te maken. Tientallen wegen werden afgesloten omdat er gevaar bestond voor hinderla­gen van met stenen en molotov cock­tails gewapende jongeren. Dagelijks waren er confrontaties tussen de bevolking en leger en politie. Deze Israëli­sche staatsburgers lieten zien hoe kwaad ze zijn over het bloedbad in de bezette gebieden en vijf­tig jaar schande­lijke ongelijkheid en vernederin­gen die hun opge­legd zijn door de staat Israël.


Racistische en moorddadige reacties van hoge lei­ders, gaven groen licht voor de uitbarsting van anti-Arabische pogroms door het hele land. Hon­derden jongeren overvielen Arabische dorpjes, verwondden en doodden inwoners en zetten enkele moskeeën en woningen in brand. De politie vuurde slechts op Ara­bie­ren die zichzelf probeerden te verdedi­gen.


De pogroms hebben diepe wonden gesla­gen, die niet zo snel zullen gene­zen, ook niet door de extra fondsen die een ge­schrok­ken Barak haas­tig heeft toege­zegd aan de Arabi­sche gemeen­schap.


Er is geen enkele reden aan te nemen dat Ara­fat in staat is een einde te maken aan de op­stand, ook al wordt dat door Israël en de VS geëist. In tegenstelling tot de racistische fan­tasieën van de Israëlische regering is de Palestijnse bevol­king geen kudde schapen die van de straat ge­jaagd kan worden, binnengeroepen door hun leider. Maar zelfs als Arafat hiertoe wel instaat zou zijn dient beseft te worden dat er in Palestina onom­keerbaar een pagina is omgeslagen.